Vanmorgen zijn we voor een drie uur durende busrit vertrokken naar Sravanabelagola. Daar aangekomen, waren we heel blij dat we onze benen konden strekken, want zo lang in een “lijnbus” zitten, en dan nog op wegen die niet altijd even vlak zijn, begon toch wel in te werken op onze bilspieren. Omdat het ondertussen al middag was, besloten we eerst te lunchen. Althans, dat was de bedoeling. De aanblik van de keuken in het restaurant waar we zaten, boezemde ons deze keer helemaal geen vertrouwen in en daarom besloten we om enkel een droog Indisch broodje (= naan) te eten. Vervolgens begon onze “zoveelste” bedevaart, want er wachtte een meer dan 600 treden tellende klim naar de top van de heuvel (en we vragen ons ondertussen sterk af waarom alle bezienswaardigheden op een berg, … gebouwd werden). De zware klim (die we uiteraard weer blootsvoets hebben ondernomen) werd snel vergeten toen we onze bestemming bereikten: een achttien meter hoog beeld van één van de spirituele leiders van het Jainisme. Daarbovenop konden we ook genieten van het prachtige zicht over de omgeving en de rust die er heerste werd eveneens enorm geapprecieerd… een heel verschil met het drukke India aan de voet van de heuvel.
Wanneer iedereen al deze prachtige indrukken vastgelegd had op de gevoelige plaat, was het weer tijd om de afdaling aan te vatten.
We hadden onze schoenen nog maar net aan of “Dehal” (een rasechte Indiër die van alles op de hoogte is en tevens onze steun en toeverlaat deze week) ging ons al voor naar… ja, ja, … onze volgende klim! Het schoenenscenario herhaalde zich en we konden er weer aan beginnen. Deze keer waren het wel minder treden en daar was niemand rouwig om. Boven aangekomen ontdekten we een wirwar van Jainistische tempels en een beeld van de broer van de reus die we eerder zagen. Het was heel duidelijk dat er in de wijde omgeving niet heel veel aanhangers van dit geloof zijn, want we waren er haast alleen. Niet dat we daarom treurden, dit was een aangename afwisseling met de druk bezochte hindoetempels van de vorige dagen. Wanneer ook hier iedereen alle beelden had vereeuwigd, was het tijd om huiswaarts te keren… en ja, op dezelfde manier als we gekomen waren. Dit was een belevenis op zich, want “Dehal” zorgde, ook nu weer, als een ervaren moederkloek voor zijn kuikentjes! En wat we antwoordden toen hij vroeg of we de busrit niet te lang gevonden hadden: “It was worth it!”